Lijkkisten, tonnemolens en kruiwagens

Het werk bestond vroeger niet alleen uit het bouwen van boten. Vos maakte bijvoorbeeld ook zogenoemde tonnemolens, die werden gebruikt voor ’t ‘klaarmaken’ van het land. Zelfs het maken van tjaskers (de bekende watermolens in De Kop) had hij onder de knie. Als er iemand was overleden, moest er een eikenhouten lijkkist komen: Vos maakte hem wel. Het maken van lijkkisten was trouwens een koortsachtige bezigheid. Ten eerste kwam het altijd onverwacht en ten tweede moest hij vaak nog dezelfde dag gelakt en al klaar zijn. Andere veel voorkomende bezigheden behoorde ook het maken van ladders en kruiwagens en rietkloppers. In ’t voorjaar was ’t enorm druk op de helling. Dat was de tijd dat de boeren hun vlotten en bokken brachten om gehellingd te worden. Zo vlak voor de hooi-oogst moesten ze zeker weten dat hun ‘gevaèr’ waterdicht was.

Dit was ook de tijd dat er heel veel vaarbomen, roeiriemen, dregstokken en loop- of kruiplanken werden gemaakt. Ook kwam ’t vaak voor dat er een nieuwe stok aan een scherenhark, sloothaak of vilsemes moest worden gezet. Natuurlijk behoorde het maken van masten, sprieten, zwaarden en roeren tot de bezigheden. Rond 1950, toen de nieuwe polder klaar was, werden er door de nieuwe boeren ook geregeld werktuigen voor reparatie aangeboden Het grootste aanbod betrof wipkarren, die gerepareerd moesten worden.

Lijkkisten, tonnemolens en kruiwagens

Lijkkisten, tonnemolens en kruiwagens