Kaarboten en surfplanken

Rond 1965 was de toestand wat de werkgelegenheid betrof totaal veranderd. Er kwam veel vraag naar gelakte vaartuigen. Vos had de werf inmiddels overgedaan aan schoonzoon Harm Wildeboer. Deze zette de werf op dezelfde voet voort en maakte veel zeilpunters, die naar alle windstreken werden verkocht. Tegen de verwachting in werden er toch ook nog behoorlijk wat geteerde vaartuigen gebouwd. Niet alleen voor boeren, rietsnijders en vissers, maar ook voor Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Opmerkelijk is vooral het grote aantal kaarboten en kaarpunters die in die jaren de werf verlieten. Naast de bouw van deze kaarboten werden toen op de werf ook rondvaartvlotten gebouwd.

De grote verhuurvloot van bijna 100 bokken, vlotten en punters – door schoonvader Vos in de loop van zijn zeer werkzame leven opgebouwd – is na de overname door Wildeboer na verloop van jaren geheel afgestoten. De verhuurvloot was ontstaan door de slechte financiële omstandigheden van veel mensen in vroeger jaren. Voor hun werk waren ze ‘gevaer’ nodig. Als er geen geld was om te kopen, werd er zo nu en dan één gehuurd.

Wildeboer heeft zich later ook toegelegd op de bouw van polyester punters. Hierbij heeft hij hulp gehad van Koop Smit, die hem hiervan de grondbeginselen heeft bijgebracht. Wildeboer heeft later mallen gemaakt voor drie typen punters, plus een mal voor een roeiboot. Ook is hij nog in de weer geweest met het maken van mallen voor surfplanken. Zelfs dat lukte uiteindelijk ook. Er werd door een wedstrijdzeiler een proefvaart gemaakt op de Belterwijde. De plank bleek beduidend sneller dan de bestaande. Toch is Wildeboer niet doorgegaan met de bouw van deze plank. Er was verder voldoende werk en bovendien is het omgaan met polyester niet het mooiste werk. Daar kwam nog bij dat het allemaal handwerk was en de planken dus nogal prijzig moesten worden. Wedstrijdzeilers waren ook geen potentiële klanten. Die wilden alleen maar gesponsord worden. Een plank ‘voor niks’ dus.

Met deze bouw is hij toen voorgoed gestopt. Wel ging hij samen met zoon Henk en medewerker Jan Oort door met het vervaardigen van mallen voor meer typen punters. Werden er in ’t verleden voornamelijk Gieterse, Kuunder, Beltiger en Buterse (Kalenberger) punters, kaarpunters en boten voor de vissers gebouwd, nu kwamen daar nog een Kamper-, Beulaker- en Zeepunter bij.

Kaarboten en surfplanken

Het bouwen van een Enterse Zomp is voor de werf een mooie opdracht geweest. Bij het begin van de bouw was er nog bezorgdheid of het de werf wel zou lukken, maar gaandeweg verdween die zorg. Tot volle tevredenheid is het schip later afgeleverd. De bezorgdheid was ingegeven door het feit dat ooit Duitse werven geprobeerd hadden het schip na te bouwen, het geen niet lukte.

De bouw van de boot stond onder permanent toezicht van ingenieur Gerrit Verdam, die ook voor de tekeningen van het beslag zorgde. Al dit beslag werd vervolgens vervaardigd door Harm Woltman (een Gieterhoornse Smid).

Foto’s op deze pagina: Het transportklaar maken van de Enterse Zomp.

Kaarboten en surfplankenKaarboten en surfplankenKaarboten en surfplankenKaarboten en surfplanken